Symposium wonen en zorg levert inzichten, ideeën en nuttige tips op
woensdag 23 november 2011
Directeur Marijke Gerritsma van Rotterdam Verkeert sprak in haar welkomstwoord de verwachting uit dat het symposium aanbevelingen zou opleveren om mee te nemen in een stedelijk plan van aanpak. Het onderwerp mag op warme belangstelling van het Rotterdamse stadsbestuur rekenen, zoals bleek uit de woorden van wethouder Korrie Louwes van participatie, die het symposium opende. “Roze ouderen verdienen meer aandacht. Elke zorginstelling zou eens na moeten denken over het behalen de Roze Loper. Op het snijvlak van wonen, zorg en homo-emancipatie is nog veel te doen. Het is daarom goed dat er ondersteuning is van Rotterdam Verkeert.”
Nieuwe woonvormen
We hoeven niet bang te zijn voor een tsunami van bejaarden in de toekomst. Volgens spreker Evelyn Finnema, lector Samenhang in de Ouderenzorg aan de Hogeschool Rotterdam, klopt er weinig van de beeldvorming rond ouderen. Het percentage 65-plussers zal in 2040 ongeveer gelijk zijn aan dat van nu, namelijk 24%. Die ouderen willen zolang mogelijk onafhankelijk en actief blijven. Er ontstaan nieuwe woonvormen, zoals woongroepen en kangoeroe- of mantelzorgwoningen (kinderen nemen hun ouders in huis) en veteranensteden.
Eén symposiumdeelnemer stak de hand op, toen gevraagd werd wie er in een veteranenstad zou willen wonen. Dat kwam overeen met onderzoekscijfers waaruit blijkt dat 1% van de ouderen dat aantrekkelijk vindt.
Onderzoek naar woonwensen
Hoogtepunt van het symposium was de presentatie van de resultaten van een woonwensenonderzoek onder Rotterdamse roze ouderen. Het onderzoek is in opdracht van Rotterdam Verkeert in 2011 uitgevoerd door Hogeschool Rotterdam. “Een uniek onderzoek. Er was nog niets bekend over de woonwensen van deze doelgroep,” vertelde Christine Pijnappels, onderzoeker en docent bij Hogeschool Rotterdam.
Voor het onderzoek zijn groepsinterviews afgenomen en 20 enquêtes ingevuld door roze ouderen, voor het merendeel mannen. Een uitkomst is dat roze ouderen zich meer dan gemiddeld eenzaam voelen: 16% van de respondenten, waarvan 9% zich zelfs zeer sterk eenzaam voelt.
Van de respondenten wil 20% met andere homoseksuelen wonen. Ze zijn bereid om daarvoor naar een andere wijk te verhuizen. Ze hebben behoefte aan culturele voorzieningen in de omgeving en aan een hobbyruimte in de woning. (In Rotterdam zijn twee initiatieven voor gemeenschappelijk wonen voor de doelgroep afgeblazen. Eén daarvan, de Kellogsflat, omdat de gegadigden de woningen te klein vonden).
De respondenten geven gemiddeld een 8 voor hun huidige woonsituatie. Dat komt mede omdat de deelnemers aan het onderzoek tot de jongere ouderen behoren, die nog geen zorg behoeven. Ze zien wel op tegen de fase van afhankelijkheid van zorg. Zorgverleners zouden competent moeten zijn om met homoseksuele ouderen om te gaan. Dat ontbreekt er volgens de respondenten vaak nog aan.
Aanbevelingen: Breng homovriendelijke woonvoorzieningen in kaart, laat roze ouderen zelf initiatieven nemen (eigen verantwoordelijkheid is belangrijk) en laat gemeente en woningcorporaties die initiatieven ondersteunen.
Kom met initiatieven
“Voor woningcorporaties is huisvesting voor ouderen een thema, maar huisvesting voor roze ouderen niet. We weten niet of cliënten homoseksueel zijn en hebben daar geen beleid op ontwikkeld,” zei Emile Klep, directeur bij Woonstad en bestuurs-voorzitter van Rotterdam Verkeert. “Idealiter zou je mensen door elkaar moeten laten wonen. Dat spreekt mij meer aan dan Turken bij Turken en homo’s bij homo’s.” Toch vond Emile Klep het geen goede zaak dat er helemaal geen aanbod is voor homoseksuelen in de Rotterdamse stadswijken. “Dat gebied moeten we ontginnen. Maar wij gaan over de stenen. We kunnen het aanbod alleen in samenwerking met andere organisaties en met de doelgroep realiseren.
Ik wil iedereen uitdagen om met initiatieven te komen.”
Iemand in de zaal deed woningcorporaties de suggestie om een prijsvraag voor een initiatief uit te schrijven.
Cultuur als beschermjas
Kinder- en jeugdpsychiater Glenn Helberg sprak over interculturele zorg. “Cultuur biedt bescherming in overgangssituaties en bij stress.” De groep heeft sjablonen klaarliggen om bepaalde situaties, zoals de geboorte, het eerste tandje, de eerste menstruatie of de eerste schooldag goed te doorstaan. Bij stress geeft het lichaam cortisol af. Dit hormoon helpt om te onthouden. Zo worden de sjablonen, de cultuur dus, opgeslagen in de hersenen. “Cultuur is een beschermingsjas die je aantrekt bij stress.”
Je moet gehoorzaam en loyaal zijn aan de mensen die je liefde en bescherming geven en je identiteit vormen. Die bescherming kan gaan knellen als je homoseksueel blijkt te zijn. Je verstoort dan de orde van de groep. Er ontstaat wrijving en soms uitstoting.
Culturen moeten de ruimte hebben om te groeien. Helberg vindt het onzin om te spreken over dé Marokkaanse of dé Turkse cultuur, omdat cultuur continu verandert.
Helberg wijst er op dat homoseksualiteit tot 1973 ook in de westerse cultuur gezien werd als ziekte. Pas in dat jaar werd het als ziekte geschrapt uit de boeken en kregen mensen de kans zich te ontwikkelen.
Vraag uit de zaal: Hebben mensen bij opname in eenverzorgingshuis een beschermjas nodig?
"Net als in elke overgangssituatie. Maar wij moeten als hulpverleners weten dat een roze oudere kwetsbaar is. Wij moeten tools hebben om daar mee om te gaan. Het gaat vooral om onze grondhouding."
Vraag: Privévragen stellen is not done. Je moet respect hebben.
“Ik snap dat niet. Het klinkt bijna als verwaarlozing. Je kunt vragen: wat is belangrijk dat ik van u weet. We hebben allemaal onze intuïtie.”
Dun laagje tolerantie
“Juridische gelijkstelling van homoseksuelen betekent nog niet meteen maatschappelijke acceptatie,” stelde Joke Ellenkamp, directeur bij Pameijer. Uit diverse onderzoeken die in 2010 en 2011 uitgevoerd zijn, blijkt dat de tolerantie maar een dun laagje vormt. Als homo-ambassadeur heeft Ellenkamp in opdracht van de gemeente diverse scholen bezocht om te bespreken hoe het met het klimaat voor homo’s gesteld is. De opdracht is inmiddels afgerond. Ellenkamp is ook bestuurslid van Oud Roze, een fonds van de Prince de Lignac, speciaal bestemd voor de huisvesting van roze ouderen. Er zit nog 40.000 euro in kas voor concrete activiteiten.
Over zorginstellingen zei Ellenkamp. “De leiding moet lijnen uitzetten om te zorgen dat mensen kunnen zijn wie ze zijn. Elke organisatie moet een plek bieden waar mensen zichzelf kunnen zijn.” Het is een proces van lange adem, maar er zijn lichtpuntjes. Zelf heeft Ellenkamp goede ervaringen opgedaan toen haar homoseksuele schoonvader in een zorginstelling opgenomen was.
Een belangrijk gegeven is dat er ook veel homoseksuelen en lesbiennes in de zorg werken.
Spreker Ben Groos, vice-voorzitter van het COC Rotterdam, weet als makelaar waar het voor homo’s prettig wonen is. “Wonen is een basisbehoefte, je thuis is een plek waar je jezelf moet kunnen zijn.” Als homo’s worden weggepest uit hun buurt, gaat het volgens hem vaak om jongeren. Eén op de tien jongeren heeft moeite met homo’s en lesbiennes. Groos vindt het een positieve ontwikkeling dat mensen eerder aangifte doen bij de politie als ze in hun buurt gepest worden.
Roze hotspots in de stad
Is homovriendelijk werken in de zorg een utopie? Volgens Marijke Gerritsma niet. De zorgverleners zullen wel moeten. “Er staat een nieuwe generatie ouderen voor de deur die geëmancipeerd, out going en zelfstandig is. Die ouderen nemen zelf initiatieven. Het is aan woningcorporaties en gemeenten om die initiatieven te faciliteren. Kleinschaligheid is daarbij belangrijk. Er zijn nu al ‘roze hotspots’ in de stad, kleine roze groepjes die organisch ontstaan zijn.”
Daarnaast is er de groep 75-plussers die opgegroeid zijn in een tijd dat homoseksualiteit als een ziekte werd beschouwd. Het zijn mensen die vaak nog moeite hebben met openheid en die last hebben van eenzaamheid en depressiviteit. Die mensen hebben intensieve zorg en aandacht nodig. Het is met name deze kwetsbare groep waar Rotterdam Verkeert zich op richt. Die mensen hebben behoefte aan eigen activiteiten. Het is ook goed om hen bij hun buurt te betrekken. Gerritsma vertelt dat er in deelgemeente Prins Alexander een pilotproject wordt gestart waarbij roze ouderen in contact worden gebracht met buurtgenoten.
De Rotterdamse situatie is in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Met name door het structureel overleg in het roze ouderenoverleg Rotterdam (ROOR), waarvan Rotterdam Verkeert de coördinatie heeft. Bij een rondvraag onder zorginstellingen in 2010 geeft 55% aan dat er wel degelijk homoseksuele cliënten zijn; 45% geeft aan geen homoseksuele cliënten te kennen.
Er is sprake van een verbetering. Het kan altijd nog beter. Het is goed om ons te realiseren dat we op twee manier naar de cijfers kunnen kijken. Het glas is spreekwoordelijk halfvol of halfleeg.
Tolerantiescan biedt inzicht
“Roze ouderen verdienen respect, openheid, gelijke behandeling en privacy,” stelde Bob Janse, projectleider bij Laurens. Hij vond het een positief punt dat medewerkers van woningcorporaties en zorginstellingen aanwezig waren op het symposium.
Volgens Janse is het niet per se nodig dat alle zorginstellingen opgaan voor de Roze Loper. “Alle credits in dit opzicht voor Humanitas, maar het past misschien niet bij elke organisatie. De tolerantiescan die voor de Roze Loper is ontwikkeld kan wel houvast bieden. De informatie die gekoppeld is aan de scan geeft instellingen inzicht in homovriendelijk werken. Het personeelsbeleid is belangrijk. De houding van medewerkers. In hun opleiding moet aandacht zijn voor intimiteit, relaties, normen en waarden, voor hoe je omgaat met verschillende culturen en homoseksualiteit. Signalering en klachtenafhandeling zijn belangrijk. Is er iemand waarbij mensen hun verhaal kwijt kunnen. De Roze Loper is een hulpmiddel, geen doel.”
Roze Belweek 2011
Diverse workshops maakten deel uit van het symposium. Judith Schuyf verzorgde een workshop over de Roze Belweek 2011, georganiseerd door het Consortium Roze 50+ (COC Nederland, Movisie, Schorer en ANBO). De belweek heeft 250 bruikbare reacties opgeleverd: 81% van roze ouderen, de rest was partner of professional.
Er zijn net iets meer positieve reacties binnengekomen dan negatieve. “Mensen zijn er trots op ‘uit de kast’ te zijn. Blij geaccepteerd te worden en zichzelf te kunnen zijn,” aldus Judith Schuyf. De negatieve reacties gaan over discriminatie, uitsluiting, eenzaamheid en geweld in de woonomgeving.
Van de bellers is 71% positief over de zorg, 22% neutraal en 7% negatief. Schuyf leidde daaruit af dat alle aandacht voor bijvoorbeeld de Roze Loper zin heeft gehad. De slechte ervaringen gaan over een gebrek aan kennis en empathie bij medewerkers.
Daarnaast zijn de volgende signalen opgevangen:
- Juist de groep mannen van 50 tot 69 jaar heeft veel klachten. Mannen boven de 70 zijn gemiddeld positiever.
- Na het overlijden van hun partner weten mensen niet hoe zij uiting moeten geven aan hun homoseksualiteit.
- Er zijn relatief veel klachten over de thuiszorg.
- Een goede opleiding van zorgverleners is noodzakelijk.
- Er moet aandacht zijn voor mensen met HIV. Die lijden onder zware bijverschijnselen van de medicijnen.
De conclusie van de Roze Belweek 2011: De roze oudere is een gewoon mens.
De ideale woon-zorgvorm
De conclusie van de Roze Belweek kwam terug in de workshop De ideale woon-zorgvorm, gegeven door Ben Groos, Diana Agyemang (Thuiszorg Rotterdam) en Mieke van Gorcom (Laurens). Het ideaal is voor ieder individu verschillend. Wat iederéén belangrijk vindt, is de houding van de zorgverleners. Dat werd dan ook het belangrijkste onderwerp in deze workshop. Als het aan Van Gorcom ligt, zijn alle medewerkers binnen Laurens over enige tijd homosensitief. Zij beloofde zich daarvoor in te zetten.
“Als roze ouderen gewone mensen zijn, moet je ze dan specifiek benaderen?” vroeg een deelnemer. “De balans tussen bijzonder en gewoon is ingewikkeld, maar dat is nog geen reden om homoseksualiteit dan maar te verzwijgen,” vond iemand anders. Hoe moet je het dan ter sprake brengen? Simpelweg vragen: “Bent u homoseksueel?” Dat is niet subtiel genoeg, aangezien het onderwerp in veel kringen nog taboe is. Beter is bijvoorbeeld de vraag: “Is er iemand in uw leven heel belangrijk geweest?”
Het is belangrijk dat medewerkers met homoseksuele ouderen in gesprek gaan en vragen wat ze nodig hebben. Zorgverleners moeten niet alleen om kunnen gaan met homoseksualiteit, maar met diversiteit in het algemeen. De medewerkers kunnen getraind worden om met iedereen in gesprek te gaan. “Het is belangrijk dat de medewerkers er zijn voor alle mensen en dat dat ook zo door hen uitgedragen wordt,” stelde Diana Agyemang. Een mooie bijkomstigheid van het behalen van de roze loper is, dat het niet alleen goed is voor homoseksuelen, maar voor iedereen binnen de instelling.
Afsluitende discussie
Tijdens de afsluitende discussie was de zaal nog goed gevuld. “Ik heb veel positieve signalen ontvangen,” zei Marijke Gerritsma. “Professionals kunnen nog wel een stapje meer zetten. Makelaars, woningcorporaties en zorginstellingen zullen vraag- en aanbod beter op elkaar af kunnen stemmen.” Maar ook: “Roze ouderen zullen zelf initiatieven moeten nemen, keuzes moeten maken, zelf de regie in handen houden.”
Gerritsma stelde voor om in contact te blijven via een LinkedIn-groep. “We kunnen elkaar informeren over de initiatieven die her en der ontstaan. Elkaar blijven inspireren.”
Reacties na afloop
Een deelnemer na afloop: “Ik ben er een beetje geruster op dat ik open kan zijn over mijn homoseksualiteit, als ik straks zorg nodig heb.” Een zorgverlener: “Ik vond het goed dat het onderwerp breder getrokken werd naar aandacht voor diversiteit in de zorg in het algemeen. Ik ging hier met gemengde gevoelens naartoe, maar ik vond het een heel inspirerende dag.”
Het symposium leidde niet tot harde actiepunten, maar leverde wel aanbevelingen, nieuwe inzichten en nuttige tips voor de praktijk van alledag op. Rotterdam Verkeert en de medeorganisatoren zorginstellingen Aafje, Humanitas, Laurens, Thuiszorg Rotterdam en Hogeschool Rotterdam, COC Rotterdam en HomeLesS kijken tevreden op de dag terug.
Auteur: Els de Koning



