Medewerkers Rotterdam Verkeert reflecteren over hun werk. "Aha-ervaringen zijn een bonus"
vrijdag 11 november 2011
‘Aha-ervaringen zijn een bonus’
Tekst: Miriam van Coblijn.
Al 15 jaar spant Rotterdam Verkeert zich in voor het verwerven van draagvlak voor acceptatie van homoseksualiteit. Op dit vlak is Rotterdam Verkeert een pionier. Waarom is dat zo belangrijk? En hoe meet je precies dat draagvlak? Directeur Marijke Gerritsma: “Ons trainingsaanbod is van hoge kwaliteit waardoor ons werk blijvend zichtbaar is. Onze aanpak bouwt op lokale, nationale en internationale samenwerkingsverbanden. Dat komt de agendering en implementatie van homo-emancipatie ten goede.”
Het veranderingsproces dat Marijke sinds 2005 als tweede directeur met haar stichting Rotterdam Verkeert sinds de oprichting heeft doorgemaakt, is exemplarisch voor veel organisaties: met veel enthousiasme aan een project beginnen en in de loop der tijd steeds professioneler worden. Marijke: “Aanvankelijk was het vergroten van de bekendheid van Rotterdam Verkeert en bewustmaking van het belang van homo-emancipatie een doel op zich. Later kwam het handelingsperspectief daarbij:
professionals stimuleren om te kijken wat ze zelf voor bijdrage zouden kunnen leveren. Tegelijkertijd is de moeilijkheid van ons werk dat homoseksualiteit te maken heeft met alle aspecten van het leven. Soms is het lastig om daar keuzes in te maken. Dat wordt ons ook weleens verweten: ‘Waarom hebben jullie alleen aanbod voor homo’s?’ Hetgeen niet juist is; wat klopt is dat het onze aanvliegroute is. We zijn een hybride organisatie waarbij deskundigheidsbevordering voor de professionals een speerpunt is. Daarnaast is er ook een omvangrijke groep in Nederland die problemen heeft met hun homoseksualiteit en die bij ons als cliënt binnenkomt. Rotterdam Verkeert vindt het belangrijk om deze twee wegen te blijven bewandelen.”
Rudy Chotoe, een paar maanden geleden aangesteld als projectcoördinator, antwoordt: ”Rotterdam Verkeert signaleert vaker ten aanzien van het onderwerp homoseksualiteit hiaten en knelpunten op school, in het gezin en de samenleving. Het westerse concept van homoseksualiteit als identiteit en recht is een grote verworvenheid. Samenhangend met de culturele en religieuze opvattingen van migranten is de emancipatie van homo’s in Nederland opnieuw onder druk komen te staan. Samen met partners
zet Rotterdam Verkeert zich actief in om de negatieve houdingen en gedragingen die vanuit culturele of religieuze gemeenschappen worden gevoed te agenderen en aan te pakken. Dat doe je door dit onderwerp in de gepaste context bespreekbaar te maken; door de kennis over homoseksualiteit te verbeteren door middel van voorlichting; door dit onderwerp op verschillende niveaus te agenderen, zoals basisscholen, middelbare scholen, hogescholen en jeugdinstellingen.”
Hetero is de norm
Projectcoördinator Renée van de Giessen reageert instemmend en onderschrijft het belang van wisselwerking tussen Rotterdam Verkeert en professionals: “Het thema homoseksualiteit onder de aandacht brengen betekent meedenken over mogelijkheden om homoseksualiteit en aanverwante onderwerpen zoals discriminatie, onveilig voelen, keuzevrijheid en omgaan met anders-zijn
bespreekbaar te maken binnen groeperingen die moeite hebben met het onderwerp. In schoolboeken heerst bijvoorbeeld
een heteronormativiteit. Dat wil zeggen dat een man met een vrouw de norm is. Daar is niets mis mee, maar je hebt ook mannenparen en vrouwenparen. Het is goed om dat ook te laten zien.”
Volgens projectleider Patty Franken van i2rotterdam (onderdeel van Rotterdam verkeert dat speciaal gericht is op homo’s en lesbo’s en bi’s met een multiculturele achtergrond), is de homospecifieke hulpverlening die Rotterdam Verkeert biedt uniek: “Andere organisaties zijn vaak verbaasd dat wij als enige deze expertise in huis hebben. Uit onze ervaring blijkt dat een dergelijke training emanciperend kan werken, mits je de training inhoudelijk breed houdt; liefde, seksualiteit, partnerkeuze, omoseksualiteit, religie, (culturele) normen, schaamte, gedragscodes, het houdt allemaal verband met elkaar en er moet ruimte zijn om persoonlijke ervaringen en maatschappelijke vraagstukken te delen. Dat geldt ook voor specifieke hulpverlening aan allochtone
homojongeren en unieke samenwerkingsverbanden die we aangaan met andere instellingen op diverse terreinen. Zo werken wij op het gebied van eerwraak samen met de politie en dat is een waardevolle investering. Cultuurverandering van onze organisatie wordt zichtbaar door meer naar buiten te treden.”
Uit recent onderzoek blijkt dat homoseksualiteit op veel scholen niet expliciet behandeld wordt. De Tweede Kamer wil dat scholen in het basis- en voortgezet onderwijs verplicht worden om voorlichting te geven over (homo)seksualiteit. In
de dagelijkse praktijk ziet Rotterdam Verkeert vaak dat professionals in het onderwijs en het welzijnswerk niet goed weten hoe zij homoseksualiteit bespreekbaar kunnen maken. Rotterdam Verkeert heeft daarom in samenwerking met Stichting De Meeuw de training ‘Seksuele identiteit en veiligheid’ ontwikkeld, waarbij het belang van het creëren van een veilige omgeving waar iedereen
zichzelf mag en durft te zijn, weerbaarheid en het stellen van grenzen duidelijk wordt. Binnen die context kan grensoverschrijdend gedrag, intolerantie richting homoseksuelen, grof taalgebruik door jongeren bespreekbaar gemaakt worden.
Unieke samenwerkingsverbanden
Projectcoördinator Renée van de Giessen licht toe: “We hebben vier keer een training gegeven aan iedereen in de wijk die met kinderen en jongeren werkt. Ik kan terugkijken op een prima samenwerkingsverband met Stichting De Meeuw.” Hulpverlener Marianne Steijnis: “Het dilemma rondom zichtbaarheid blijft in de dagelijkse praktijk voorop staan. Neem simpelweg het item: ‘Wie ben ik nu eigenlijk?’ Met die vraag worstelen zowel mannelijke als vrouwelijke homoseksuelen. Ze willen zich niet conformeren aan het stigma homo’s zijn ‘nichterig’ en vrouwen zijn ‘manwijven’. Maar aan wat dan wel? In elk geval moet iedereen die gay is zichzelf mogen zijn. Ook voor kinderen die tussen het wal en schip dreigen te raken moet dit mogelijk zijn.”
Patty memoreert: “Als homo of lesbo moet je de keuzevrijheid hebben om zelf te bepalen waar je wel of niet homoseksueel wilt zijn. Rotterdam Verkeert maakt homoseksualiteit op tal van plekken in de stad bespreekbaar. Bijvoorbeeld in de moskee, bij zelfhulp- en vrouwenmigranten-organisaties. Dat is een belangrijk onderdeel van het werk. Zo heb ik zelf als projectleider van i2rotterdam twee keer met het vrouwenbestuur van de Aya Sofia Moskee in Rotterdam een bijeenkomst gehouden over de seksuele voorkeur van jongens en meisjes. Ik heb uitgelegd dat ook hun zoon of dochter zich aangetrokken kan voelen tot een meisje of een jongen. Vragen als: ‘Hoe gaat men in Nederland om met homoseksualiteit?’, ‘Wat vindt u als ouder eigenlijk
van homoseksualiteit?’, passeerden de revue. We hebben in alle openheid een aantal uren gepraat over homoseksualiteit onder jongeren. Het vrouwenbestuur fungeerde als een goed gesprekspartner.”
Voorlichting op basisschool
Volgens Marijke Gerritsma doet Rotterdam Verkeert haar best een voorhoedepositie te blijven innemen. “Maar we moeten er voor blijven waken dat de omgeving niet vijandig naar ons reageert wanneer je als organisatie het lef hebt om tegengeluiden te laten horen in plaats van politiek correct te handelen.” Renée van de Giessen vervolgt: “We vergaren en delen kennis met anderen. In die zin zijn we een expertisecentrum in de breedste zin des woords. Het betreft levende kennis, we zijn altijd volop in beweging. Samenwerkingspartners hebben we nodig om dingen in de stad Rotterdam voor elkaar te krijgen. Daarnaast heeft Rotterdam Verkeert een trainings- en adviesaanbod dat ongelooflijk breed inzetbaar is. Want iedereen die met mensen werkt krijgt impliciet of expliciet met homoseksualiteit te maken. Interessant is, afhankelijk van de actualiteit en maatschappelijke relevantie, dat we telkens weer nieuwe werkterreinen kunnen ontginnen. We hebben het terrein van schoolmaatschappelijk werk verkend, nadat
we ons eerst op middelbare scholen hadden gericht. Op dit moment hebben we de aankomende professionals op diverse opleidingen aan de hoge scholen van Rotterdam en Den Haag. Daar investeren we in.” Hulpverlener Marianne Steijnis benadrukt het belang van investeren in en voorlichten van toekomstig kader: “Voorlichting over homoseksualiteit kan niet vroeg genoeg
beginnen. Op de Lerarenopleiding ben je eigenlijk al te laat en is het kwaad al geschied. Want het onderwerp homoseksualiteit wordt nog lang niet als vanzelfsprekend behandeld in de biologieles of tijdens maatschappijleer. De jongere generatie ontbeert kennis over homoseksualiteit en geeft duidelijk aan een beroep te willen doen op de expertise van de homo/lesbisch specifieke
hulpverlener van Rotterdam Verkeert. Voor ons is het dus interessant om ons te richten op jongerenwerkers in opleiding. Waarvan het merendeel overwegend blank en heteroseksueel is. Zij willen dat wij ze een voorlichtingscursus aanreiken.
Het gaat om de totale ontwikkeling van identiteit waarvan homoseksualiteit een onderdeel vormt.”
Seksespecifieke verhoudingen
Marijke Gerritsma beaamt dit volmondig: “Het aanbod is oneindig en daarom moeten we de juiste keuzes maken. Dat kan alleen als je weet wat er zich afspeelt in de maatschappij. Een belangrijk issue vandaag de dag is bijvoorbeeld hoe wordt er in de maatschappij tegen man/vrouwverhoudingen aangekeken? Want al op heel jonge leeftijd valt te constateren dat meisjes heel erg veel op elkaar lijken; Kijk maar eens in de metro naar pubermeisjes qua presentatie zijn ze allemaal hetzelfde.” Patty Franken: “Allochtonen die homoseksualiteit nog niet geaccepteerd hebben kijken vaak alleen naar het gedrag. Er wordt niet eens gesproken over identiteit. ‘Hij gedraagt zich als een meisje omdat hij met poppen speelt.’ ‘Straks als hij zes jaar oud is groeit hij op als een homo.’ Een verkeerde beeldvorming is hier debet aan. Dat homoseksualiteit geaccepteerd is, is een ding maar als het dichtbij komt weet de maatschappij er toch niet goed mee om te gaan. Rotterdam Verkeert kan dan handvatten bieden. Het is evident
dat homoseksualiteit in sommige groepen niet wordt geaccepteerd. Onze kansen liggen bij de grote groep die homoseksualiteit wel accepteert. Hoe ga je ermee om en is er ruimte voor het individu? Voel je je wel prettig in je eigen lichaam? Creatieve speelruimte moet kunnen. Voordat je het überhaupt over acceptatie van homoseksualiteit kunt hebben is kennis met betrekking tot het onderwerp een vereiste om het te kunnen accepteren of niet.”
Hamvraag blijft: “Als we het met elkaar accepteren hoe kunnen we dan toch diversiteit vormgeven?”, oppert Renée van de Giessen. “Schoolboeken”, zegt Marijke Gerritsma, “zouden de dagelijkse realiteit moeten weerspiegelen. Op deze manier kun je homoseksualiteit op een natuurlijke manier herkenbaar maken voor kinderen.“ Patty vult aan: “Tijdens het geven van een gastles aan de Haagse Hogeschool gaven docenten zelf toe dat het onderwerp homoseksualiteit als lesmateriaal ontbrak. Studenten van de Haagse Hogeschool hebben eveneens aandacht aan homoseksualiteit besteed. Naderhand bleek het onderwerp homoseksualiteit nog steeds niet in de modules te zijn opgenomen. Zelfs niet bij methodieken over identiteitsontwikkeling. Enige
inbreng over homoseksualiteit zou je toch wel mogen verwachten. Sentimenten als ongemak, weerstand en confrontatie voeren de boventoon. Ondanks het algemene gevoel van acceptatie waarbij je als docent voor jezelf de vertaalslag maakt van hoe ga ik er eigenlijk mee om? Je doet een beroep op iemands persoonlijke verantwoordelijkheid en dan komt homoseksualiteit ineens heel dichtbij.”
Nieuw inzicht: Aha-ervaring
“Bij zo’n situatie is men vaak geneigd ‘Aha!, dus dat zit zo’, of ‘Aha!, zo kan het dus ook’ te denken”, verklaart Renée van de Giessen. Bij FlexusJeugdplein heb ik voor de afdeling schoolmaatschappelijk werk vijf bijeenkomsten gehouden met teams over homoseksualiteit. Ik hoorde een groep schoolmaatschappelijk werkers heel gemotiveerd met elkaar in discussie gaan over homoseksualiteit. Terwijl er toch een paar gereformeerde leerkrachten tussen zaten die het onderwerp homoseksualiteit
moeilijk bespreekbaar vinden. ‘Wow’, het is voor de allereerste keer dat we er met z’n allen over durven te praten’, hoorde ik. Dat ervoer ik als een mijlpaal en dan ga ik toch met een goed gevoel naar huis.”
Marijke Gerritsma vindt het essentieel dat Rotterdam Verkeert dat soort momenten kan veroorzaken bij professionals. “Professionals trainen blijft onze core business. Hoe zorg je ervoor dat het personeel in de kinderopvang op een adequate manier met homoseksualiteit omgaan? Want ook jonge kinderen komen in aanraking met homorelaties. Moeders moeten in staat zijn een onbevooroordeeld gesprek over te voeren als kinderen daar vragen over hebben.”



